428 miljoen stamcellen vinden een nieuw thuis
Door zusje. Noël heeft mij gevraagd een verslag van de transplantatie te schrijven.
De start van een spannende dag, een nieuw begin. Wakker worden met je hart in je keel. Een half broodje eten, zonder trek. Een gesprek voeren zonder te luisteren. Lachen om een grap terwijl je de clou niet snapt.Een dag waar we allemaal tegenop hebben gezien en een dag waar we allemaal naar uit hebben gekeken. Het is raar om al weken van te voren te weten dat deze dag onvergetelijk wordt. Ik wil en zal deze dag nooit vergeten.
Papa, mama, Rolf en ik komen rond elf uur aan bij het Vu ziekenhuis. We parkeren de auto in een zijstraat. Zelfs iets eenvoudigs als parkeren blijkt op een dag als deze ontzettend complex. Rolf steekt en steekt. Het zweet breekt hem uit. Hij steekt nog eens. De ene poging eindigt volledig op het fietspad . Een andere poging is niet eens een poging te noemen. Na ongeveer 15 keer filesteken zet Rolf de auto recht langs de weg. Eindelijk!
Vervolgens stappen we zo snel als het gaat naar afdeling 3B. Mijn verstoorde looppatroon zorgt wederom voor een kleine vertraging. We lopen door naar de flow-kamer. Mama meldt zich bij het verpleegkundige personeel. Fanny is er ook. Kort worden de regels van de kamer besproken. Vooral handhygiëne is belangrijk. Bij (neus)verkoudheid is de flow-kamer absoluut verboden terrein. En er mogen zich maximaal drie personen in de flow-kamer bevinden. Dit is inclusief Noël, doctoren en verpleegkundigen.
Vandaag bestaan deze regels echter niet. Vandaag zijn we met z’n allen op de kamer. Vandaag mogen we zelfs met een snotneus naar binnen. Vandaag is de dag. Vandaag vinden mijn stamcellen een nieuw thuis. Vandaag wordt Noël, mijn liefste broer, Rolf’s grootste voorbeeld, papa’s trots en oudste zoon, mama’s alles en Fanny’s liefde en beste vriend getransplanteerd. Vandaag is een nieuw begin. Vandaag kan alles!
Al snel komen de behandelend arts en een verpleegster binnen. Ze hebben een kleine koelbox bij. Wat slangetjes, infuuszakjes en een mondkapje worden op tafel gelegd. In de koelbox zitten 2 zakjes met stamcellen. Twee keer een halve liter vloeistof. Veel meer dan ik gister heb afgegeven. De stamcellen zijn verdund om een reactie op mijn afwijkende bloedgroep te minimaliseren.
De arts vertelt dat een reactie op de stamcellen (of eigenlijk op mijn rode bloedcellen) ondanks de verdunning heel waarschijnlijk is. Dit kan zich uiten in huidirritatie, benauwdheid, koorts en/of rillingen.
Rond half twaalf druppelen de eerste stamcellen via de infuusslangen hun nieuwe thuis binnen. Noël ligt er behoorlijk fit bij. Hij kletst, lacht, beweegt zich vrij en maakt grapjes. Hij rekent uit dat iedere druppel ongeveer 20.000 stamcellen bevat. (Wie dat in een paar seconden uit kan rekenen verdient wat mij betreft een Nobelprijs voor super slim hoofdrekenen!) Iedere druppel is dus zeer waardevol.
Ik merk dat Noël me dankbaar is. Ik zie het in zijn ogen en ik zie het aan zijn mond. Maak ook ik ben dankbaar en blij. Blij dat het toeval aan onze kant staat, dankbaar dat mijn cellen Noël kunnen helpen.
Niet alleen de dankbaarheid is voelbaar. Strakke gezichten en slechte grappen verklappen hoe gespannen we allemaal zijn. Druppel voor druppel loopt de zak stamcellen leeg. Een halve liter Eline is nu een halve liter extra Noël!
Na een kleine pauze wordt de tweede zak stamcellen aan het infuus gehangen en aangesloten. Halverwege deze zak begint Noël te reageren op de vreemde rode bloedcellen. De stamcellen zijn welkom, alleen die rode monsters moeten vechten voor hun plekje.
Noël heeft het koud. Er worden extra dekens en een kruik gehaald. Hij krijgt het steeds kouder. Het infuus wordt stopgezet. Zijn bloeddruk en zijn temperatuur worden nog eens opgemeten. Noël begint te rillen. Er wordt een extra dokter bij geroepen. De rillingen worden heftiger. Het lijken wel stuipen…
Ik ril ook. Mijn ogen branden, langzaam begin ik te huilen. Ik voel me schuldig. Het zijn mijn cellen! Ik probeer mijn tranen weg te slikken. Noël mag niet denken dat ik er niet in geloof! De tranen. Ik hou het niet meer. Ik moet weg, gewoon weg. Ik loop de kamer uit. Even wat drinken, een stukje lopen en zuchten, vooral diep zuchten. Papa, mama, Rolf en Fanny blijven bij Noël.
Ondertussen krijgt Noël prednison en een ander medicijn toegediend. Hij reageert hier snel op. Het rillen wordt minder. Hij herstelt, heeft slechts lichte verhoging en de benauwdheid blijft uit. Langzaam krijgt Noël zijn eigen gezicht weer terug. De kou blijft.
Na een pauze wordt het infuus weer aangesloten. Nu druppelen de stamcellen iets langzamer door de slangen in Noël’s aderen. Het laatste stuk van de transplantatie verloopt zonder problemen. Opgelucht halen we allemaal adem. Weer een stap vooruit!
Twee minuten voor half twee hebben alle 428 miljoen stamcellen hun nieuwe thuis gevonden!
Noël is moe van de transplantatie en probeert te slapen. Mama blijft bij hem. Fanny plaatst nieuwe foto’s op ‘bloedlink’. Papa, Rolf en ik gaan buiten een stukje wandelen.Aan het eind van de middag gaan we naar huis.
Kus,
Eline alias het rode (maar lieve) monster